We zullen uiteindelijk toch langer moeten (gaan) werken

Bedrijfsbeheer

De pensioenuitkering op 65 jaar of na 45 jaar gepresteerde arbeid werd beslist op een ogenblik dat de levensverwachting zich beperkte tot gemiddeld 70 jaar. Ondertussen wordt de levensverwachting ingeschat op gemiddeld 80 jaar en zelfs nog iets langer voor vrouwen.

Vandaag gaat een (grote) meerderheid van de jongeren werken vanaf gemiddeld de leeftijd van 25 jaar. Tel daar 45 werkjaren bij en je komt al op 70 jaar als we ons baseren op dezelfde berekeningswijze als toen het pensioen ingevoerd werd. De meeste fi losofen, fi scalisten en specialisten in arbeidsrecht zijn het erover eens dat ons huidige stelsel van pensioenuitkering niet lang meer zal kunnen gehandhaafd worden.

In vele beroepsklassen wordt overigens nog eerder dan op 65 jaar met pensioen gegaan. De bijdragen die we allemaal leveren – en die van ons loon afgehouden worden – zullen niet lang meer toereikend zijn om ons pensioen tot 20 en 30 jaar na pensionering te blijven uitkeren.

Langer werken dan 65 jaar

De overheid zal deze druk op de staatskasketel niet nog vele jaren kunnen blijven dragen. De meeste politici hebben dat ondertussen ook begrepen. Zelfs Frank Vandenbroucke hield onlangs een pleidooi waarmee hij ons wou duidelijk maken dat het niet lang meer zal duren vooraleer we allemaal langer zullen moeten gaan of blijven werken, willen we ons pensioen in lengten van jaren kunnen blijven trekken. De meeste politici traden hem schoorvoetend bij, behalve zijn eigen partij die hem niet eens subtiel terugfloot.

De socialistische partij vindt het niet kunnen dat zij haar leden waarschuwt voor de mogelijkheid dat er harder en langer zal moeten gewerkt worden in de toekomst. Het opiniestuk van Frank Vandenbroucke in De Standaard getuigde van enige moed. Hij schreef o.a.: “De levensverwachting boven de 65 jaar gaat met rasse schreden vooruit. Een evenwicht op lange termijn in het pensioenstelsel is onmogelijk als de feitelijke en de wettelijke pensioenleeftijd zich daar niet geleidelijk aanpassen. “Je verwacht het eerder van een liberaal of zelfs een CD&V’er, maar niet van een socialist, want iedereen met een nog niet aangetast geheugen zal zich herinneren dat de SP.A een jaar geleden naar de verkiezingen trok met slogans die aan duidelijkheid niets te wensen overlieten: “Absoluut behoud van de pensioenleeftijd op 65.”

Het standpunt van Frank Vandenbroucke is duidelijk: “Zal je mensen dan verbieden om na hun 65ste te stoppen met werken? Neen, maar je zal mensen die, bijvoorbeeld, op hun 22ste begonnen zijn, tegen dan moeten aanmoedigen en ondersteunen om pas op pensioen te gaan op hun 67ste. Concreet betekent dit dat wie op dat moment nog geen 45 jaar gewerkt heeft, op zijn 65ste een pensioen kan krijgen dat minder goed is dan wat hij kan krijgen als hij voorwerkt tot zijn 67ste. Een fl exibele pensioenleeftijd dus, in functie van de lengte van de loopbaan.”

Nederlanders aan de haal met voorstel Vandenbroucke

Vreemd genoeg is het precies het principe dat Frank Vandenbroucke voorstelt, dat zopas terrein gewonnen heeft in Nederland. In de wetenschap dat het om een eerste “moedige” stap gaat, werd een nieuw pensioenakkoord afgesloten. De Nederlandse werknemer die in 2025 met pensioen gaat, is niet meer 65 maar 67, volgens het nieuw pensioenakkoord dat in juni 2011 afgesloten werd. Het betreft hier zowel het Nederlandse basisstaatspensioen, de Algemene Ouderdomswet (AO) als het aanvullend pensioen of een uitkering uit het pensioenfonds van de diverse bedrijfstakken. Het is ook voor ons interessant om dit nieuwe akkoord meer in detail te bekijken. De hoofdpunten van dit nieuwe pensioenakkoord zijn:

Alles laat vermoeden dat deze maatregel van onze Noorderburen als een inspiratiebron zal werken voor onze toekomstige federale minister van pensioenen.

Stel een vraag
aan een specialist

Heeft u vragen? Wij helpen u graag verder.

Ook interessant