Wat het Zomerakkoord voor kmo’s betekent

Vermogen

De belangrijkste pijler van het Zomerakkoord is de verlaging van de vennootschapsbelasting, van 33% naar 29% en vanaf 2020 naar 25%. Voor kleine vennootschappen is dat 20%. Of deze percentages voldoende zijn ten opzichte van de ons omringende landen? We vroegen het aan Bart Van Coile, ondervoorzitter van het Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten (IAB).

Bart Van Coile: “In vergelijking met de ons omringende landen is 29% nog altijd hoog. Enkel Frankrijk hanteert een hoger tarief. Tegen 2020 zakt het percentage wel verder naar 25, maar we gaan zien dat andere landen verder onder dat percentage zullen gaan. Maar dat ons land iets duurder is dan de ons omringende landen is geen nadeel om concurrentieel te blijven. België ligt immers centraal in Europa en dan kan het geen kwaad om een ietsiepietsie duurder te zijn, zolang het maar aanvaardbaar is. Iedereen betaalt natuurlijk het liefst zo weinig mogelijk belastingen, maar gelet op onze functie binnen Europa begrijp ik dat wij niet het laagste percentage moeten hebben. Het kmo-tarief van 20% op de eerste schijf van 100.000 euro is wel zeer competitief en aantrekkelijk voor jonge zelfstandigen en startende bedrijven. Dat is een mooi signaal.”

Verlaagde belastingen
Een zaakvoerder zal zich voortaan een bezoldiging van 45.000 euro (i.p.v. 36.000 euro) moeten uitkeren wil hij met zijn vennootschap aanspraak kunnen maken op de verlaagde vennootschapsbelasting.

“Voor kleinere ondernemingen is dit een inspanning. Het bedrag van 36.000 euro is weliswaar nooit geïndexeerd geweest sinds de invoering, waardoor je de verhoging een beetje kan relativeren, maar toch, 45.000 euro uit je vennootschap halen is voor sommige ondernemingen niet mis, zeker als je verschillende entiteiten hebt. Immers naast het verlaagd tarief heb je nu een bijkomende belasting wanneer dit geen 45.000 euro bedraagt. Dit moet je echt per groep van entiteiten bekijken. Hoe ga je hiermee om wanneer één van je vennootschappen geen volledige dochter is? Daar moet een ondernemer wel zijn huiswerk maken.”

Financiering met compenserende maatregelen
De verlaging van de vennootschapsbelasting financiert de regering met compenserende maatregelen. Bart Van Coile ziet daarin een aantal positieve regelingen, maar ook een aantal beslissingen, die minder gunstig zijn.

Investeringsaftrek
“De extra investeringsaftrek van 20% is zeer gunstig voor het investeringsklimaat en dat kunnen we alleen maar toejuichen. De notionele intrestaftrek is verwaarloosbaar geworden, maar die wordt mooi gecompenseerd door de investeringsaftrek. Waar we ons als instituut wel zorgen over maken is de uitvoerbaarheid van de kapitaalvermindering. Ik begrijp de filosofie van de regering dat ze misbruik wil tegengaan. Ze kijkt daarbij naar het eigen vermogen van de onderneming zodat ze op die manier roerende voorheffing kan innen op kapitaalvermindering, maar ik had het beter begrepen als dit enkel berekend zou worden binnen het kapitaal. Wij maken ons zorgen over de complexiteit van de uitvoering.”

Samenstelling kapitaal

“Wanneer wij vandaag aan de Administratie van Financiën de reservetabellen, of de tabellen met de uiteenzetting van de oorsprong van het kapitaal, vragen om de kapitaalstructuur van een onderneming te kennen, dan zien we dat de gegevens niet altijd bijgewerkt zijn. Ook in vennootschappen die reeds geruime tijd bestaan is het dikwijls niet vanzelfsprekend om de fiscale samenstelling van het kapitaal opnieuw samen te stellen. Het wordt in de toekomst niet gemakkelijk om transparant te weten hoe men in het verleden is omgegaan met reserves. Dit zal een verzwaring van de administratieve last voor onze ondernemers meebrengen, en dat is jammer, want we streven vandaag toch naar een vereenvoudiging van de administratie.”

Kleine spaarders gesanctioneerd
Bart Van Coile stelt verder dat vooral kleine kmo-vennootschappen met beleggingen in andere vennootschappen de dupe worden van de afschaffing van de meerwaarde op aandelen. “Als je geen participatie hebt van meer dan 10% binnen een onderneming of een kapitaal van 2,5 miljoen hebt geïnvesteerd, word je door deze maatregel benadeeld. Wie dus een kleinere belegging heeft gedaan, of een meer gespreide, wordt gesanctioneerd.”

Spanningsveld rond belastingsupplementen
Het IAB vreest dat er uit het sowieso belasten van de belastingsupplementen grote discussies kunnen volgen. “Stel dat de fiscus een onregelmatigheid vaststelt en dus een belastingsupplement oplegt aan een onderneming die verliezen lijdt. Deze onderneming zal haar verliezen niet mogen compenseren, maar wel belasting moeten betalen. De logica kan ik volgen, maar een onderneming die het financieel reeds moeilijk heeft, zou daardoor wel eens het einde van haar verhaal kunnen schrijven en de doodsteek krijgen en dat is jammer.”

Het IAB is een publiekrechtelijke beroepsorganisatie die toezicht houdt op de accountants en belastingconsulenten en erover waakt dat zij hun opdracht behoorlijk en met kwaliteit uitvoeren.

Stel een vraag
aan een specialist

Heeft u vragen? Wij helpen u graag verder.

Ook interessant