MAES wil groeien in een dalende markt
- 09-07-2026
- Bedrijfsbeheer
Klassieke brandstoffen zijn vandaag nog altijd de economische motor van MAES Energy & Mobility, maar tegelijk beseft de Bornemse groep dat die motor op termijn minder krachtig zal draaien. Terwijl het tankstationnetwerk nog steeds goed is voor het grootste deel van de omzet, bereidt de groep zich voor op een toekomst waarin elektrificatie, alternatieve brandstoffen en nieuwe mobiliteitsdiensten een steeds grotere rol zullen spelen. Voor CEO Gilbert van Rens is dat geen tegenstelling, maar net de kern van de strategie: de sterke positie in de brandstoffenmarkt maximaal blijven uitspelen en tegelijk stap voor stap bouwen aan een breder model rond laden, shops, carwash en mobiliteitsdiensten. ‘Je kunt ook groeien in een dalende markt, als je marktaandeel wint en tegelijk nieuwe activiteiten uitbouwt’, zegt hij in een interview.
Piekvolume voor tankstations
Hoewel MAES Energy & Mobility zich vandaag nadrukkelijker profileert als een bredere energie- en mobiliteitsspeler, blijft het klassieke tankstation voorlopig de kern van het bedrijf. Nog altijd is ongeveer 70% van de groepsomzet gelinkt aan de verkoop van klassieke brandstoffen. Die activiteit is niet alleen financieel de belangrijkste pijler van de groep, maar vormt ook de historische basis waarop MAES de voorbije decennia is gegroeid. ‘Vooral in 2019 kreeg het bedrijf een groeischeut toen Octa+ werd overgenomen en we groeiden van ongeveer 100 naar ruim 300 stations’, zegt CEO Gilbert van Rens, die in 2017 aan boord kwam om samen met de toenmalige eigenaars Luc en Dirk Maes de groeiplannen mee vorm te geven.
Opvallend genoeg blijft de brandstoffenmarkt vandaag nog bijzonder sterk. Van Rens wijst erop dat het volume in liters op het Belgische stationnetwerk vorig jaar zelfs een nieuw record neerzette. ‘De groei van het wagenpark, het toenemende vrachtverkeer en het feit dat veel hybride voertuigen vandaag nog altijd een aanzienlijk deel van hun kilometers op fossiele brandstoffen rijden, hebben voor een sterk 2025 gezorgd.’ Volgens hem is dat echter geen structureel verhaal voor de lange termijn. ‘De hybride bedrijfswagens die enkele jaren geleden fiscaal interessant waren, zullen de komende jaren in veel gevallen plaatsmaken voor volledig elektrische voertuigen. Daardoor zal het verbruik van fossiele brandstoffen versneld afnemen.’
Op langere termijn zullen de energietransitie, de elektrificatie van het wagenpark en veranderende mobiliteitsnoden het klassieke verdienmodel van tankstations onvermijdelijk verder onder druk zetten. Voor MAES Energy & Mobility betekent dat niet dat het klassieke tankstation morgen uit beeld verdwijnt. ‘We willen onze sterke positie in de bestaande brandstoffenmarkt maximaal blijven uitspelen, terwijl we tegelijk anticiperen op een toekomst waarin tankstations een bredere invulling krijgen en nieuwe activiteiten een steeds groter deel van het verdienmodel zullen uitmaken.’
Groeien in een dalende markt: consolideren en verbreden
De strategische conclusie die MAES Energy & Mobility uit deze marktontwikkelingen trekt, is tweeledig. Enerzijds wil de groep in de klassieke brandstoffenmarkt blijven groeien via consolidatie. Van Rens verwacht immers dat de komende jaren heel wat kleinere onafhankelijke uitbaters voor een moeilijke keuze zullen staan. Zonder opvolging, met dalende volumes en zonder de financiële ruimte om zelf te investeren, zullen volgens hem veel eigenaars beslissen om hun stations van de hand te doen. ‘Dat creëert kansen voor spelers met voldoende slagkracht, operationele kennis en een langetermijnvisie zoals wij.’
Anderzijds wordt versneld gebouwd aan alternatieve inkomstenstromen en kiest MAES Energy & Mobility voor een pragmatische transitiestrategie. Van Rens noemt MAES liever een smart follower dan een roekeloze pionier: een bedrijf dat op tijd inspeelt op nieuwe klantbehoeften, maar niet overhaast investeert in technologieën waarvan de businesscase nog onvoldoende duidelijk is. Dat verklaart waarom het bedrijf aanvankelijk niet zelf investeerde in ultrasnelle laadstations, maar koos voor een samenwerking met Sparki. Intussen wordt wel bekeken waar eigen investeringen in snelladers zinvol worden, nu de markt stilaan volwassener wordt. ‘We willen niet wedden op één enkele technologie, maar op meerdere sporen tegelijk werken: klassieke brandstoffen waar dat nog relevant is, laadoplossingen voor elektrische mobiliteit, HVO als transitiebrandstof, en op termijn mogelijk ook waterstof of andere alternatieven zodra daar een volwaardige markt voor ontstaat.’
Van tankstationuitbater naar bredere mobiliteitsspeler
De groep schuift dus op van pure tankstationuitbater naar een bredere mobiliteitspartner. Die evolutie is vandaag het duidelijkst zichtbaar in e-mobility. ‘We investeerden de voorbije jaren in laadinfrastructuur en bouwden een aparte e-mobilitytak uit, die bedrijven ondersteunt met laadoplossingen, het beheer van laadtransacties en de administratieve opvolging van elektrische mobiliteit.’
Daarnaast investeert MAES ook in activiteiten die nauwer aansluiten bij de dagelijkse klantenbeleving op en rond de stations. ‘Shops en carwash moeten, naast e-mobility, uitgroeien tot bijkomende groeipijlers binnen de groep. Wat vroeger eerder een nevenactiviteit was, wordt vandaag steeds meer als een volwaardige businesslijn uitgebouwd, met eigen investeringen en een eigen aanpak,’ legt van Rens uit. ‘We willen het klassieke tankstation stap voor stap omvormen tot een bredere servicelocatie, waar tanken, laden, retail en aanvullende diensten samenkomen.’ Op die manier probeert de groep haar businessmodel robuuster te maken.
Nieuwe aandeelhouder moet verdere groei mee financieren
De expansie van MAES Energy & Mobility was de voorbije jaren niet alleen een operationeel verhaal, maar ook een financiële evenwichtsoefening. Daarbij vormde 2023 een belangrijk scharniermoment. Toen verkochten de gebroeders Maes, die het familiebedrijf decennialang mee hadden uitgebouwd, hun aandelen aan het Nederlandse Hametha. Volgens van Rens betekende deze overname geen breuk met de bestaande groeikoers. ‘De nieuwe aandeelhouder bracht vooral bijkomende slagkracht en sectorkennis mee om de volgende groeifase te ondersteunen,’ benadrukt hij.
Die groei steunt vandaag op een combinatie van interne cashflow, bancaire financiering en een aandeelhouder die bereid is om winsten opnieuw in de onderneming te investeren. ‘Bij ieder bedrijf zal je proberen te zoeken naar een gezonde combinatie. Onze aandeelhouder investeert een groot deel van de middelen die we verdienen terug in de groei van activiteiten.’ Die mix blijft volgens van Rens cruciaal in een sector waar overnames, investeringen in de infrastructuur en de energietransitie tegelijk op de balans wegen. MAES Energy & Mobility werkt daarvoor al veertig jaar met dezelfde huisbankier, een relatie die ook na de aandeelhouderswissel overeind bleef.
Voor de groep betekende de uitstap van de gebroeders Maes dus niet zozeer een breuk met het verleden, maar eerder een overgang van familiaal ondernemerschap naar een volgende groeifase, gedragen door een nieuwe aandeelhouder die de expansie en transitie van de groep mee moet helpen financieren. ‘In een business met traditioneel lage marges blijft financiële discipline daarbij essentieel: investeringen worden nauw opgevolgd en de organisatie wordt bewust compact gehouden, zodat er voldoende ruimte blijft om nieuwe groeistappen te zetten,’ voegt de CEO er nog aan toe.
De klant als kompas
Wat blijft er overeind als constante in een snel veranderende markt? Voor van Rens blijft de klant de belangrijkste constante in een markt die technologisch, fiscaal en operationeel snel verandert. Of het nu gaat om tankkaarten, shops, carwash, HVO, laadpalen of toekomstige mobiliteitshubs: volgens hem moet de strategie vertrekken van wat klanten vandaag nodig hebben en morgen zullen verwachten. ‘Net daarin willen we ons onderscheiden: niet door blind één spoor te volgen, maar door flexibel in te spelen op de mobiliteitsnoden van onze klanten. Dit vormt de kern van hoe we MAES Energy & Mobility willen positioneren tegenover de grote internationale spelers.’
‘Die klantgerichte benadering maakt van ons vandaag geen klassieke tankstationgroep meer, maar ook nog geen puur energiebedrijf,’ gaat hij verder. ‘We zijn een onderneming in transitie, die haar historische basis in brandstoffen gebruikt om een bredere rol in mobiliteit en energie op te bouwen. De klassieke liter diesel of benzine zal de komende jaren onvermijdelijk aan belang verliezen, maar voor ons hoeft dat geen bedreiging te zijn zolang het bedrijf erin slaagt tijdig nieuwe vormen van dienstverlening rond diezelfde mobiliteit te organiseren.’ Precies daar ligt volgens van Rens de essentie van de strategie: niet vasthouden aan het verleden, maar ook niet blind vooruitlopen op een toekomst die nog niet volledig is uitgekristalliseerd.
Uitdagingen
Tegelijk wijst van Rens erop dat die transitie niet alleen door de markt, maar ook door het overheidsbeleid wordt bepaald. En net daar ziet hij de komende jaren een belangrijke uitdaging. ‘Niet omdat we de energietransitie in vraag stellen, wel omdat de manier waarop fiscaliteit en mobiliteitsbeleid vandaag worden vormgegeven te grillig en te weinig technologieneutraal is.’ Hij pleit voor een beleid dat vertrekt van CO₂-reductie als doel, maar bedrijven en consumenten meer vrijheid laat in de keuze van de technologie. Vandaag ligt de nadruk volgens hem te sterk op batterij-elektrische mobiliteit, terwijl ook andere oplossingen, zoals HVO, waterstof of synthetische brandstoffen, een rol kunnen spelen in de reductie van uitstoot.
Voor MAES Energy & Mobility is dat geen pleidooi tegen verandering, wel voor meer realisme en een langetermijnvisie. De groep is vandaag al een belangrijke aanbieder van HVO in België, maar ziet tegelijk hoe de fiscale behandeling van die brandstof de doorbraak afremt. Ook voor elektrificatie plaatst van Rens enkele kanttekeningen. Hij wijst op de praktische grenzen van een snelle omslag: een overbelast stroomnet, netbeheerders die niet overal nieuwe aansluitingen kunnen leveren en een infrastructuur die volgens hem nog lang niet klaar is voor een volledig elektrische vloot. ‘De energietransitie komt eraan, daar bestaat geen twijfel over. Alleen zal ze minder rechtlijnig verlopen dan vaak wordt voorgesteld en precies daarom willen we vooral een bedrijf blijven dat de klant volgt, verschillende pistes openhoudt en zich niet vastpint op één enkel scenario.’
Stel een vraag
aan een specialist
Heeft u vragen? Wij helpen u graag verder.
Ook interessant
Johan Houbart (Ebucon): “Veel ondernemers kijken waar ze naartoe...
Na zeventien jaar ervaring bij internationale bedrijven koos Johan Houbart in 2014 bewust voor een ander pad. Hij richtte zijn eigen adviesbureau Eburon op en begeleidt sindsdie...
Bart Tielen (Verhalensmid): “Mensen beslissen omdat ze geloven”
Ondernemers investeren veel tijd in hun strategie, producten en expertise. Ze weten perfect waarover ze spreken. Toch blijven klanten, medewerkers of partners soms op hun honger...
BedrijfsbeheerNiemand komt je redden en waarom dat goed nieuws is voor elke...
Cedric De Vlieger werkte meer dan twintig jaar bij de Speciale Eenheden van de Federale Politie, de eenheid die in actie komt bij extreem gevaarlijke situaties. Onder de codenaa...
Interessante bedrijven
RH-Office bv


