Kim Everaert en Walter Van Pottelberge

Employee Benefits: slimme manier van verlonen

Verzekeringen

Employee Benefits (EB) zijn een belangrijke component in het slim verloningsbeleid van KMO’s. Als deze extra-legale voordelen binnen de strikte wettelijke grenzen weldoordacht zijn opgezet, kan dit interessant zijn voor de onderneming zelf.

Actuarissen Kim Everaert en Walter Van Pottelberge gidsen KMOinsider door het EB-verzekeringslandschap. Het volledige artikel met alle bedenkingen en kanttekeningen bij EB lees je in het decembernummer 2018 van het magazine KMOinsider. Hierna alvast de hoofdlijnen.

Welke EB-verzekeringsplannen bestaan er?

Er bestaan drie soorten van collectieve EB-verzekeringsplannen die voor alle werknemers of soms voor objectief definieerbare personeelscategorieën binnen een bedrijf worden afgesloten.

  • De EB-Pensioenverzekering of groepsverzekering:
  • De EB-Arbeidsongeschiktheidsverzekering, of verzekering gewaarborgd inkomen of invaliditeitsverzekering
  • De EB-Hospitalisatieverzekering, of verzekering gezondheidszorg of medische kosten.

Bedrijven worden steeds vaker gezien als partner in het hele pensioenvraagstuk 

Een aanvullend pensioen (2de pijler) is voor de werknemer noodzakelijk om zijn levenskwaliteit ook na zijn loopbaan op niveau te houden, want met het wettelijk pensioen (1ste pensioenpijler) komt hij er niet. Een groepsverzekering bezorgt de begunstigde die aanvulling op zijn wettelijk pensioen, net zoals individuele pensioenspaar- en levensverzekeringscontracten (lange termijn sparen) dit op initiatief van de werknemer op individuele basis doen in de 3de pensioenpijler.

Kim Everaert: “Het komt erop neer dat de werknemer spaart voor zijn pensioen en later een uitkering krijgt. In sommige sectoren zijn er sectorovereenkomsten gemaakt. Elk bedrijf in die sector moet daar dan instappen, tenzij het al een eigen pensioenplan heeft. Deze groepsverzekering hoort bij het arbeidspakket waarin ook het loon en andere voordelen waarop de werknemer recht heeft (mobiliteitsplan, flexwerk mogelijkheden, enz) zijn vervat. Aan het pensioenreglement dat de werkgever met de verzekeraar afsluit, kan in principe achteraf niets meer gewijzigd worden, tenzij na sociaal overleg. Het kan ook niet plots zonder enige reden stopgezet worden door de werkgever.”

Welke types van van pensioentoezegging bestaan er?

  1. Een vaste prestatietoezegging (Defined Benefit of DB): de werkgever belooft de werknemer een bepaalde prestatie. DB-pensioentoezeggingen worden nog zelden gegeven en zijn minder geschikt voor KMO’s aangezien de budgetbeheersing voor de werkgever heel moeilijk is.
  2. Een vaste bijdragetoezegging (Defined Contribution of DC): de werkgever belooft tijdens de diensttijd een bepaalde periodieke storting te doen. Hoeveel aanvullend pensioen dit uiteindelijk oplevert, wordt bepaald door het rendement dat tijdens de aansluitingsperiode door de verzekeraar wordt toegekend aan de pensioenreserves van de aangeslotenen. Voor de werkgever is dit qua budgetcontrole makkelijker en interessanter omdat hij altijd weet wat hij moet betalen.
  3. Een cash-balancetoezegging (CB): De werkgever zegt een periodieke pensioenstorting toe (cf DC-toezegging) maar verbindt er zich ook toe een bepaald rendement op alle stortingen te garanderen. Levert de pensioeninstelling via haar beleggingen te weinig rendement, dan riskeert de werkgever meer te moeten betalen dan de initieel voorziene vaste bijdrage.

Vrij aanvullend pensioen werknemers (VAPW) komt eraan

De Kamercommissie Sociale Zaken keurde in 2018 de invoering goed van een vrijwillig aanvullend pensioen voor werknemers. Dat zou in 2019 in werking treden. Via dit systeem kunnen werknemers die geen of een laag aanvullend pensioen opbouwen via hun werkgever toch extra sparen voor hun pensioen.
“De werknemer moet dan aan zijn werkgever vragen een deel van zijn loon in te houden en te storten in een pensioenplan van zijn keuze. De (para)fiscale efficiëntie van een met werkgeverspremies gefinancierde groepsverzekering blijft echter veel hoger. Het valt dan ook af te wachten of het systeem veel bijval zal kennen. Voor de werkgever blijft de impact in elk geval beperkt tot het inhouden van de bijdragen van het nettoloon van de werknemer en het doorstorten aan het pensioenplan”, licht Kim Everaert toe. 

De collectieve EB-Arbeidsongeschiktheidsverzekering

“Een collectieve arbeidsongeschiktheidsverzekering bezorgt de aangesloten werknemer een tijdelijk of permanent extra vervangingsinkomen (2de pijler) bij arbeidsongeschiktheid ten gevolge van ziekte of ongeval. Dit vervangingsinkomen is aanvullend op zijn wettelijke arbeidsongeschiktheids- of invaliditeitsuitkering (1ste pijler) die ten laste is van het RIZIV en uitbetaald wordt via de ziekenfondsen. Meestal betreft dit 70 à 80 % van het salaris inclusief het vervangingsinkomen dat het RIZIV uitkeert via de mutualiteit. Als de arbeidsongeschiktheid het gevolg is van een arbeidsongeval, wordt de basisuitkering (1ste pijler) betaald door de arbeidsongevallenverzekering”, verduidelijkt Walter Van Pottelberge.  

Kim Everaert: “Als we een parallel trekken met het aanvullend pensioen, kunnen we stellen dat het hier om een Defined Benefit-toezegging gaat. Defined Contribution-toezeggingen bestaan niet in deze verzekeringstak. In het algemeen is er bij een arbeidsongeschiktheid van minder dan 25% geen uitkering. Vanaf een graad van economische ongeschiktheid van 67% wordt bijna steeds de volledige rente uitbetaald. En tussen deze twee percentages wordt de rente proportioneel uitbetaald.”

Welke medische kosten dekt de collectieve EB-Hospitalisatieverzekering?

Walter Van Pottelberge: “De hospitalisatieverzekering vergoedt de medische kosten die ten laste blijven van de aangeslotenen na tussenkomst van de verplichte ziekteverzekering – wettelijke RIZIV-tussenkomst die via de ziekenfondsen wordt uitbetaald – of na tussenkomst van de arbeidsongevallenverzekeraar indien het over een opname ten gevolge van een arbeidsongeval gaat.”
De meeste collectieve hospitalisatieverzekeringen komen tussen voor drie soorten van medische kosten:

  1. Kosten gemaakt tijdens een opname in het ziekenhuis, ook in dagkliniek.
  2. Ambulant gemaakte kosten, dus buiten het ziekenhuis, die a) een rechtstreeks verband hebben met de ziekenhuisopname en b) gemaakt worden binnen een bepaalde periode (vanaf x maanden voor het begin van de opname tot y maanden na het einde ervan, waarbij x meestal één of twee maanden is en y vaak drie tot zes maanden), en

Ambulant gemaakte kosten, onbeperkt in de tijd, die niets te maken hebben met een eventuele ziekenhuisopname maar met één van de ernstige ziekten die in de collectieve polis limitatief zijn opgesomd. Klassieke voorbeelden zijn kanker en MS.

Stel een vraag
aan een specialist

Heeft u vragen? Wij helpen u graag verder.

Ook interessant