Loontransparantie blijft gevoelig thema op de werkvloer: “Bedrijven zullen kleur moeten bekennen”

​Hoewel de Europese richtlijn rond loontransparantie steeds dichterbij komt, blijft open praten over verloning voor veel Belgische werknemers bijzonder gevoelig. Dat blijkt uit een nieuwe studie van Deel bij meer dan 1.000 Belgische respondenten. De cijfers tonen een duidelijke paradox: werknemers vragen meer eerlijkheid en duidelijkheid rond verloning, maar tegelijk blijft het onderwerp voor velen ongemakkelijk of zelfs taboe.

Voor HR-professionals en bedrijfsleiders is dat een belangrijk signaal. Transparantie over lonen wordt de komende jaren immers niet alleen een cultureel vraagstuk, maar ook een strategische en juridische uitdaging.

Zestig procent noemt loon nog steeds taboe

Volgens het onderzoek beschouwt zes op de tien Belgen praten over loon nog altijd als taboe op de werkvloer. Dat vertaalt zich ook in een beperkte kennis van wat collega’s daadwerkelijk verdienen: amper 29 procent weet exact hoeveel directe collega’s verdienen.

Opvallend is dat zelfs werknemers die het onderwerp wel bespreken, niet altijd volledig open communiceren. Zo geeft 23 procent toe gesprekken over loon bewust te vermijden op bepaalde momenten, terwijl 26 procent bewust een ander bedrag noemt dan het echte loon.

Voor organisaties toont dat aan hoe gevoelig het thema nog steeds ligt — zelfs in bedrijven waar een open feedbackcultuur centraal staat.

Persoonlijke gevoeligheden blijven groot

De redenen voor die terughoudendheid zijn uiteenlopend, maar vooral persoonlijk. Voor 37 procent van de respondenten blijft loon in essentie een privézaak. Een even grote groep wil vooral spanningen, jaloezie of ongemakkelijke discussies op de werkvloer vermijden.

Daarnaast spelen ook status en perceptie een rol. Bijna een kwart van de werknemers zegt bewust terughoudend te zijn om de eigen positie binnen de organisatie te beschermen. Evenveel werknemers vrezen negatieve reacties van collega’s wanneer loonverschillen zichtbaar worden.

Dat laatste raakt een fundamenteel HR-vraagstuk: loontransparantie werkt alleen wanneer medewerkers ook vertrouwen hebben in de rechtvaardigheid van het verloningsbeleid.

Slechts 14 procent van de werkgevers kiest voor volledige openheid

Volledige loontransparantie blijft voorlopig uitzonderlijk in Belgische organisaties. Slechts 14 procent van de respondenten werkt in een bedrijf waar individuele lonen volledig openbaar zijn.

Veel vaker kiezen werkgevers voor een tussenmodel. In 36 procent van de organisaties zijn de loonschalen of loonvorken gekend, maar blijven individuele salarissen vertrouwelijk.

Interessant is dat loontransparantie in de praktijk niet altijd door werkgevers wordt gestuurd. In bijna een kwart van de bedrijven bespreken collega’s onderling lonen, ondanks het ontbreken van een formeel transparantiebeleid vanuit HR of management.

Daartegenover staat een groep bedrijven waar het onderwerp volledig onbespreekbaar blijft: in 18 procent van de organisaties praten noch werkgevers, noch collega’s over verloning.

Generatiekloof rond loonopenheid

Het onderzoek wijst bovendien op een duidelijke generatiekloof. Oudere werknemers hechten doorgaans meer belang aan discretie: bij de 55-plussers zegt 76 procent geen behoefte te hebben aan inzicht in de lonen van collega’s.

Bij jongere werknemers ligt dat fundamenteel anders. In de groep tussen 18 en 34 jaar wil 65 procent net wél weten wat collega’s verdienen.

Die vraag naar transparantie is zelden louter nieuwsgierigheid. Voor 43 procent draait het om een controlemechanisme: werknemers willen kunnen inschatten of hun eigen verloning correct en marktconform is. Een kwart wil sterker staan in loononderhandelingen.

Voor werkgevers betekent dat een belangrijke evolutie. Jongere generaties verwachten steeds vaker duidelijkheid over hoe lonen worden bepaald, welke criteria worden gehanteerd en hoe groeitrajecten eruitzien.

Europese regelgeving zet extra druk op bedrijven

De timing van het onderzoek is niet toevallig. De Europese richtlijn rond loontransparantie zal werkgevers de komende jaren verplichten om transparanter te communiceren over verloning en loonverschillen tussen medewerkers.

Karen White, Head of Public Policy EMEA bij Deel: ‘‘Het salaristaboe bestaat al decennialang en zien we ook in deze cijfers duidelijk terug. Toch is de arbeidsmarkt aan het veranderen: werknemers hebben meer opties en ontwikkelen daarom andere verwachtingen van werkgevers, zo ook als het gaat om openheid over loon. Wie weet hoe salarissen tot stand komen, kan beter beoordelen of hij eerlijk wordt beloond en sterker onderhandelen over zijn eigen positie. Met de EU-richtlijn loontransparantie die eraan komt, wordt dit gesprek bovendien onvermijdelijk. Bedrijven die hier nu op anticiperen, zullen beter kunnen voldoen aan de wet en zullen ook degenen zijn die het taboe echt doorbreken.’’

Karen White

Van compliance naar employer branding

Voor HR-teams gaat loontransparantie daardoor stilaan verder dan louter compliance. Transparante loonstructuren raken steeds meer verweven met employer branding, retentie en vertrouwen binnen organisaties.

Bedrijven die helder communiceren over loonbeleid kunnen niet alleen juridische risico’s beperken, maar ook sterker scoren in de war for talent — zeker bij jongere werknemers die transparantie steeds vaker als basisvoorwaarde beschouwen.

De uitdaging ligt daarbij niet noodzakelijk in het volledig openbaar maken van individuele salarissen, maar wel in het creëren van duidelijke, consistente en uitlegbare verloningsstructuren. Want zodra werknemers het gevoel hebben dat loonverschillen willekeurig zijn, dreigt transparantie net méér frustratie te creëren in plaats van vertrouwen.

Stel een vraag
aan een specialist

Heeft u vragen? Wij helpen u graag verder.

Ook interessant

Interessante bedrijven

Bekijk de socials