Mobiliteitsbudget wordt vanaf 2027 verplicht: waarom werkgevers nu al in actie moeten schieten

Nieuwe regels rond bedrijfswagens dwingen ondernemingen om hun mobiliteitsbeleid grondig te herdenken

Vanaf 1 januari 2027 wordt het mobiliteitsbudget verplicht voor een grote groep Belgische werkgevers. Daarmee zet de federale overheid een volgende stap in de hervorming van het mobiliteits- en verloningsbeleid, met als duidelijke ambitie om bedrijfswagens verder te vergroenen en werknemers meer duurzame keuzes te bieden. Voor ondernemingen betekent dat echter veel meer dan een administratieve aanpassing. Werkgevers zullen hun volledige wagenbeleid, verloningsstructuur en HR-aanpak kritisch moeten herbekijken.

Volgens experts dreigt vooral tijdsdruk een onderschat risico te worden. Veel bedrijven beschikken vandaag nog niet over een duidelijk zicht op de werkelijke kost van hun wagenpark, terwijl net die analyse de basis vormt voor het toekomstige mobiliteitsbudget.

“Het mobiliteitsbudget evolueert van een vrijwillige keuze naar een structureel onderdeel van het loonbeleid,” zegt Thea Debbaut, Manager Social Legal bij Vandelanotte. “Werkgevers die vandaag al een wagenbeleid hebben, doen er goed aan om dit tijdig te herbekijken.”

Van bedrijfswagen naar flexibel mobiliteitsbudget

Het mobiliteitsbudget werd enkele jaren geleden ingevoerd als alternatief voor de klassieke bedrijfswagen, maar kende aanvankelijk slechts een beperkte doorbraak. Met de nieuwe regelgeving verandert dat fundamenteel. Vanaf 2027 wordt het systeem voor veel werkgevers verplicht.

Concreet laat het mobiliteitsbudget werknemers toe om het budget van hun bedrijfswagen anders te besteden, met nadruk op duurzamere mobiliteitsoplossingen. Het systeem bestaat uit drie pijlers:

  • een milieuvriendelijkere bedrijfswagen;
  • duurzame vervoersmiddelen zoals fiets, openbaar vervoer of bepaalde huisvestingskosten;
  • een eventuele uitbetaling van het resterende budget.

De hervorming kadert in een bredere maatschappelijke evolutie waarbij mobiliteit steeds sterker verbonden wordt met duurzaamheid, fiscaliteit en flexibel verloningsbeleid. Tegelijk stijgt de druk op werkgevers om aantrekkelijk te blijven op een krappe arbeidsmarkt.

“Voor veel werknemers blijft mobiliteit een belangrijk onderdeel van hun loonpakket,” zegt Debbaut. “Maar de manier waarop werknemers zich willen verplaatsen verandert snel. Werkgevers moeten daarin mee evolueren.”

Thea Debbaut, Manager Social Legal bij Vandelanotte

Welke bedrijven worden verplicht?

Hoewel de wetgeving nog finaal bevestigd moet worden, ligt vandaag al vast welke richting de overheid uit wil.

Vanaf 2027 zou het mobiliteitsbudget verplicht worden voor ondernemingen met meer dan 50 werknemers, en dit voor medewerkers die vandaag een bedrijfswagen hebben of er op basis van hun functie recht op hebben.

Kleinere ondernemingen krijgen voorlopig meer tijd:

  • bedrijven met minder dan 50 werknemers krijgen uitstel tot 2028;
  • ondernemingen met minder dan 15 werknemers vallen voorlopig buiten het toepassingsgebied.

Daarnaast zouden ondernemingen in moeilijkheden of bedrijven die betrokken zijn in een procedure van collectief ontslag met sluiting tijdelijk worden uitgesloten van de verplichting.

Belangrijk daarbij is dat werknemers zelf niet verplicht zijn om in het systeem te stappen. Zij behouden de keuze om hun klassieke bedrijfswagen te behouden indien ze dat wensen.

Werkgevers onderschatten vaak de echte kost van hun wagenpark

Een van de belangrijkste uitdagingen zit volgens experts in de berekening van het mobiliteitsbudget zelf. Dat wordt namelijk gebaseerd op de zogenaamde “total cost of ownership” (TCO) van de bedrijfswagen.

Die totale kost omvat veel meer dan enkel de leasingprijs van een wagen. Ook brandstof, verzekering, onderhoud, banden, laadkosten, fiscaliteit en andere operationele uitgaven worden mee opgenomen.

Voor 2026 bedraagt het mobiliteitsbudget minimaal 3.233 euro en maximaal 17.244 euro per jaar. Daarnaast geldt nog een bijkomende beperking: het budget mag maximaal 20% van het brutojaarloon van de werknemer bedragen.

“Voor veel werkgevers betekent dit dat ze voor het eerst grondig moeten analyseren wat hun wagenpark vandaag echt kost,” zegt Debbaut. “Die analyse vormt straks het vertrekpunt van het mobiliteitsbudget.”

Vooral ondernemingen die historisch weinig strategisch naar hun mobiliteitsbeleid hebben gekeken, riskeren volgens experts verrast te worden door de financiële impact.

Mobiliteit wordt een strategisch HR-thema

De impact van het mobiliteitsbudget reikt veel verder dan mobiliteit alleen. Het raakt rechtstreeks aan employer branding, loonbeleid, duurzaamheid en talentretentie.

Steeds meer werknemers verwachten flexibiliteit in hun verloningspakket. Vooral jongere medewerkers kijken anders naar mobiliteit dan vorige generaties. Voor hen is een bedrijfswagen niet langer automatisch de meest aantrekkelijke optie.

In stedelijke regio’s groeit bijvoorbeeld de vraag naar combinaties van fietsleasing, treinabonnementen, deelmobiliteit en thuiswerkondersteuning.

Werkgevers zullen daarom duidelijke keuzes moeten maken over hoe flexibel ze hun mobiliteitsbeleid willen organiseren.

Volgens het huidige wetsontwerp zouden werkgevers werknemers niet volledig meer kunnen uitsluiten van het mobiliteitsbudget. Wel zouden bedrijven bepaalde werknemers kunnen verplichten om binnen het systeem alsnog een wagen uit pijler 1 te kiezen. Het resterende budget kan dan besteed worden binnen de andere pijlers.

“Belangrijk is dat deze keuzes transparant, proportioneel en niet-discriminerend zijn,” benadrukt Debbaut.

Dat betekent in de praktijk dat ondernemingen hun interne policies juridisch waterdicht zullen moeten uitwerken. Verschillen tussen functies, afdelingen of profielen moeten objectief verantwoord kunnen worden.

Duurzaamheid en loontransparantie versterken de druk

De timing van de hervorming is niet toevallig. Ze valt samen met andere belangrijke evoluties binnen HR en verloning.

Zo verplicht Europa ondernemingen de komende jaren steeds meer tot transparantie rond loonbeleid en extralegale voordelen. Tegelijk stijgt de maatschappelijke druk om bedrijfswagens verder te vergroenen.

Het mobiliteitsbudget wordt daardoor steeds vaker bekeken als een strategisch instrument binnen duurzaam HR-beleid.

Bedrijven die erin slagen mobiliteit slim te combineren met flexibiliteit en duurzaamheid, kunnen zich sterker positioneren op de arbeidsmarkt én hun kosten beter beheersen.

Volgens Vandelanotte biedt de hervorming daarom ook opportuniteiten.

“Door de nieuwe loontransparantiewet komt het mobiliteitsbeleid sowieso onder de aandacht,” zegt Debbaut. “Wie vandaag al scenario’s uitwerkt, kan het mobiliteitsbudget inzetten als een strategische hefboom binnen zijn HR-beleid én duurzaamheidsstrategie.”

Wachten tot 2027 wordt riskant

Hoewel de definitieve wetgeving nog niet volledig afgerond is, raden experts werkgevers aan om nu al voorbereidingen te treffen.

De omschakeling vraagt namelijk tijd. Niet alleen juridisch en financieel, maar ook operationeel en communicatief.

Werkgevers moeten onder meer:

  • hun huidige wagenpark analyseren;
  • TCO-berekeningen uitvoeren;
  • verschillende mobiliteitsscenario’s uitwerken;
  • interne policies aanpassen;
  • werknemers informeren en begeleiden;
  • duurzame alternatieven evalueren.

Voor veel ondernemingen wordt mobiliteit daardoor de komende maanden een strategisch directiethema.

Wat vandaag nog een technische HR-discussie lijkt, zal vanaf 2027 rechtstreeks impact hebben op kostenstructuren, personeelsbeleid én employer branding.

Of zoals Debbaut besluit:

Wie wacht tot de wet definitief is, dreigt tijd te verliezen.

Display Awareness Banner.png

Stel een vraag
aan een specialist

Heeft u vragen? Wij helpen u graag verder.

Ook interessant

Interessante bedrijven

Bekijk de socials