De griffie- en rolrechten nogmaals hervormd

Wetgeving

De wet van 28 april 2015 koppelde de hoogte van de griffie- en rolrechten aan het financiële belang van de zaak, maar werd in 2017 vernietigd door het Grondwettelijk Hof.

De hervorming in de wet van 14 oktober 2018 houdt in dat voortaan het bedrag van de rolrechten bepaald wordt per rechtsinstantie.

Vredegerecht/politierechtbank  € 50
Rechtbank eerste aanleg / Ondernemingsrechtbank  € 165
Hof van Beroep  € 400
Hof van Cassatie  € 650

 

Vanaf 1 februari 2019 zijn de rolrechten niet meer opeisbaar bij de inschrijving op de rol van de rechtbank, maar worden ze in de uitspraak begroot door de rechter. 

Tijdige betaling van de rolrechten na het vonnis/arrest is een must. De inleidingsdatum voor het hoger beroep of cassatie zal pas bepaald worden na betaling van de rolrechten van eerdere procedures en het eerdere vonnis wordt uitvoerbaar indien de rolrechten niet betaald worden binnen de drie maanden vanaf het instellen van het hoger beroep. 

Bij hervorming van het eerste vonnis in hoger beroep , zal de finaal in het gelijk gestelde partij de rolrechten kunnen verhalen op de uiteindelijke verliezer.

De wet van 14 oktober 2018 voorziet eveneens in een innovatie op het vlak van de vermelding van het rijksregister- en ondernemingsnummer in alle procedureakten, met inbegrip van alle verzoekschriften en akten tot hervatting van het geding. Deze verplichting geldt – op straffe van nietigheid – voor alle zaken die vanaf 1 februari 2019 worden ingeleid. 

Stel een vraag
aan een specialist

Heeft u vragen? Wij helpen u graag verder.

Wilt u meer weten?

logo Ponet & LVP advocaten

Ponet & LVP advocaten