Advocaat Joost Bats

Advocaat Joost Bats over de nieuwe BV: “Blijheid en Vrijheid voor de aandeelhouders”

Economisch & Handelsrecht

Het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) dat op 1 mei 2019 in werking treedt, laat diverse types van vennootschappen sneuvelen om er slechts vier over te houden. De huidige BVBA maakt plaats voor de flexibelere BV (besloten vennootschap).

Centrale rol voor de BV in het nieuwe WVV

De nieuwe BV wordt een bijzonder flexibele vennootschapsvorm. Joost Bats, advocaat bij Schoups legt uit: “Het nieuwe WVV laat de vennoten van de BV toe om over het bestuur en aandeelhouderschap specifieke afspraken te maken in de statuten en de aandeelhoudersovereenkomsten. Enkel als daarvan geen gebruik gemaakt wordt, valt men terug op de wettelijke regels, die veelal van aanvullend recht zijn. Op deze manier wordt het dus mogelijk om de BV op maat van de onderneming te maken, zonder aan rechtszekerheid in te boeten.”

Met deze hervorming beoogt de wetgever van de BV dé standaardvorm te maken. De NV blijft dus weliswaar bestaan, maar wordt nog meer een vennootschap om kapitaal bijeen te brengen waarbij de identiteit van de aandeelhouders minder van belang is. “Vele structuren die momenteel zijn ondergebracht in een NV omdat ze niet passen binnen de strikte regelgeving van de BVBA zullen vanaf 1 mei 2019 als een BV kunnen worden georganiseerd”, aldus Bats.

Afschaffing minimumkapitaal in de BV

De afschaffing van het kapitaalconcept is één van de belangrijkste wijzigingen in de nieuwe BV (en CV of Commanditaire Vennootschap). Voortaan is een minimumkapitaal van minstens 18.600 euro (waarvan 6.200 euro moet zijn volstort) niet langer vereist om een BV op te richten. Dit verklaart ook meteen de afschaffing van de starters-BVBA. In principe is het dus zelfs mogelijk om met 0 euro een BV op te richten.

Joost Bats nuanceert dit echter: “Het wegvallen van de kapitaalvereiste betekent niet dat men zomaar een BV kan oprichten. De oprichters moeten ervoor zorgen dat de BV over een eigen vermogen beschikt dat toereikend is voor de voorgenomen activiteiten. De aandeelhouders zullen bij oprichting dus nog steeds een voldoende inbreng moeten doen, al zullen ze de aard en de omvang daarvan vrij kunnen bepalen. Zo wordt het b.v. mogelijk om ook nijverheid en knowhow in te brengen.”

Bijkomend merkt Mr. Bats op dat de vereisten waaraan het financieel plan moet voldoen, worden aangescherpt. Dit plan vormt de toetssteen om de aansprakelijkheid van de oprichters te beoordelen indien de BV binnen de drie jaar na oprichting failliet zou gaan.

“Ten slotte leidt de afschaffing van het kapitaalconcept ook tot een nieuwe regeling voor uitkeringen uit de BV. Om de rechten van schuldeisers te beschermen wordt een dubbele uitkeringstest ingevoerd: de uitkeringen mogen de solvabiliteit en de liquiditeit van de onderneming niet in het gedrang brengen. Aandeelhouders kunnen zichzelf dus niet zomaar dividenden uitkeren”, beklemtoont Mr. Bats.

Andere belangrijke wijzigingen in de BV

Daarnaast heeft het nieuwe WVV nog een heel aantal andere belangrijke wijzigingen in petto. Joost Bats denkt daarbij o.m. aan:

  • de vervanging van de werkelijke door de statutaire zetelleer zodat het toepasselijk recht voortaan zal worden bepaald door de plaats van de statutaire zetel van de vennootschap;
  • het invoeren van een maximumbedrag op de bestuurdersaansprakelijkheid (de zogenaamde ‘cap’) voor een betere verzekerbaarheid van het bestuursrisico;
  • de versoepeling van de vereffeningsprocedure;
  • de mogelijkheid om een BV met één persoon op te richten;
  • de vrije overdraagbaarheid van aandelen in een BV.

De huidige overdrachtsbeperkingen in een BVBA zullen dus enkel nog van toepassing zijn als statutair niets anders is voorzien. Het wordt bovendien mogelijk om aandelen met meervoudig stemrecht uit te geven, iets wat volgens Bats bijvoorbeeld nuttig kan zijn om de familiale overdracht binnen een BV te organiseren.
Een BV zal in principe zelfs naar de beurs kunnen gaan, al blijft de NV daar wel meer geschikt voor.

Het nieuwe WVV als antwoord op de zgn. light vehicle competition

Met deze hervormingen beoogt de Belgische wetgever een ondernemingsvriendelijker klimaat te creëren. “Er is een internationale tendens waarneembaar waarbij landen hun vennootschapsrecht steeds toegankelijker en aantrekkelijker trachten te maken. Denk bijvoorbeeld aan het succes van de laagdrempelige Nederlandse flex-BV. België kon niet langer achterblijven. Dankzij het nieuwe WVV en de flexibele BV-structuur in het bijzonder kunnen wij opnieuw concurrentieel worden met onze buurlanden”, zegt Mr. Bats.

Tegelijkertijd wijst advocaat Bats erop dat deze flexibele en lichte structuur ook een grotere verantwoordelijkheid met zich meebrengt: “Door de grotere vrijheid worden de statuten en de aandeelhoudersovereenkomsten de voornaamste instrumenten om zaken te regelen. Het belang van duidelijke contractuele afspraken die zijn afgestemd op maat van de onderneming zal in de toekomst alleen maar toenemen. Wijzelf trachten onze cliënten zo goed mogelijk voor te bereiden door hen via allerhande tools zoals seminaries en newsflashes te informeren over de aankomende wijzigingen.”

Timing

Het nieuwe WVV treedt in werking op 1 mei 2019. Alle vennootschappen die daarna worden opgericht vallen meteen onder de nieuwe regels. Bestaande vennootschappen kunnen ervoor opteren om het nieuwe recht al meteen toe te passen door hun statuten hieraan aan te passen, maar krijgen nog voldoende tijd. Vanaf 1 januari 2020 worden de nieuwe regels ook toegepast op de bestaande vennootschappen, zonder dat de afgeschafte vennootschapsvormen evenwel al verplicht moeten zijn omgezet of dat bestaande vennootschappen hun statuten al verplicht moeten aanpassen. Op 1 januari 2024 zal ten slotte ook dat moeten zijn aangepast en valt het doek definitief over de afgeschafte vormen.

Stel een vraag
aan een specialist

Heeft u vragen? Wij helpen u graag verder.

Ook interessant