Alles wordt anders en beter
We staan op een kantelpunt. De wereld wankelt als een dienblad op een potlood, klaar om te kantelen. Volgens UGent-econoom Koen Schoors gebeurt dat elke 70 à 80 jaar. In zijn bestseller ‘Alles wordt anders… en beter’ legt hij uit waarom deze wereldwijde omwenteling onvermijdelijk is én hoe we er beter uit kunnen komen. Inmiddels is zijn boek aan een indrukwekkende twaalfde druk toe, met meer dan 30.000 verkochte exemplaren.
stelt dat de wereld elke 70 tot 80 jaar door een grote transitie gaat. Wat waren volgens u grote kantelpunten in onze geschiedenis?
Koen Schoors (KS): “Als je terugkijkt, zie je dat de Franse Revolutie een van de eerste grote omslagen was. Het feodale systeem viel weg, vrijheid en gelijkheid kregen een enorme impuls, en grootgrondbezit werd herverdeeld. Die periode van verandering liep door tot ongeveer 1870. Daarna brak de Frans-Duitse oorlog uit, wat het begin markeerde van de industriële revolutie en het opkomende nationalisme in Europa. Deze fase bracht ingrijpende maatschappelijke veranderingen: kinderarbeid, een massale trek van het platteland naar de steden, en de opkomst van fabrieken. Het was het begin van onze moderne economie. Tegelijkertijd begon ook de eerste grote globalisering. Rond 1900 kende Europa een periode van snelle welvaartsstijging, medische vooruitgang en grotere mobiliteit. Die periode werd abrupt onderbroken door twee wereldoorlogen. Na de Tweede Wereldoorlog lag het kaartbeeld van Europa helemaal anders: het Oostenrijkse Habsburgse Rijk, het Duitse Keizerrijk, het Russische Rijk en het Ottomaanse Rijk verdwenen of werden radicaal hervormd. Dat betekende het einde van een tijdperk en de start van een nieuwe wereldorde, gebaseerd op globalisering, economische samenwerking en groei. Maar die globalisering kende ook schaduwzijden: de welvaartsstijging was niet gelijk verdeeld. Veel mensen, de ‘Jan Modaal’s van deze wereld of zoals ze in de VS zeggen, ‘Joe Sixpack’ zagen hun inkomen en kansen nauwelijks toenemen. Die ongelijkheid voedt nu de huidige maatschappelijke onrust. Sinds de financiële crisis van 2008 wankelt de globalisering. We zitten nu opnieuw op een kantelpunt, als een dienblad dat balanceert op een potlood. Op zo’n moment zijn meerdere uitkomsten mogelijk, in alle richtingen.”
U stelt dat de globalisering op zijn einde loopt, maar u spreekt niet over ‘deglobalisering’ maar over ‘regionalisering’. Wat is het verschil?
(KS): “Deglobalisering betekent dat er gewoon minder internationale handel is. Regionalisering betekent dat we nog steeds veel handel drijven, maar vooral met landen dichter bij huis. Het gaat dus niet alleen om minder, maar vooral om andere handel, regionaler, duurzamer, strategischer. Die verschuiving heeft te maken met een aantal dingen. Ten eerste willen we onze ecologische voetafdruk verkleinen, en dat lukt beter als producten minder kilometers moeten afleggen. Ten tweede draait het om strategische autonomie. De coronapandemie, de energiecrisis… die hebben ons geleerd dat we niet afhankelijk willen zijn van verre, soms onbetrouwbare partners, of dat nu Rusland is, Qatar, of zelfs de Verenigde Staten. Daarom willen we steeds vaker belangrijke zaken zoals energie en cruciale producten opnieuw meer in eigen handen nemen.”
We zitten op een kantelpunt, als een dienblad dat balanceert op een potlood
Er is ook de opkomst van de circulaire economie?
(KS): “Absoluut. De circulaire economie is ook een van de drijvende krachten achter de regionalisering. We evolueren naar een nieuw industrieel tijdperk waarin we minder afhankelijk willen zijn van geïmporteerde energie en grondstoffen. In plaats daarvan zetten we in op lokale productie, hergebruik en recyclage. Dat is geen geitenwollensokkenverhaal, maar een aankomende productiviteitsgolf. Door energie lokaal op te wekken — denk aan wind op de Noordzee of warmtenetten in steden — houden we jaarlijks honderden miljarden euro’s binnen onze regio. Die infrastructuur bouwen, onderhouden en benutten we lokaal. Hetzelfde geldt voor de grondstoffen in batterijen of windmolens: die metalen verslijten niet en kunnen, mits slim ontwerp, bijna volledig worden hergebruikt. Ook warmte is een vergeten goudmijn. In België lozen veel bedrijven hun restwarmte, terwijl vlakbij andere bedrijven gas verbranden voor verwarming. In landen als Zweden gebeurt dat anders: daar wordt 70% van de woningen verwarmd via warmtenetten. Bij ons amper 3%, terwijl we toch een veel compactere infrastructuur hebben. De circulaire economie is dus niet alleen een ecologisch verhaal, maar ook een economisch. Hoe meer we lokaal kunnen hergebruiken, hoe minder we globaal moeten vervoeren. Dat maakt onze economie robuuster, efficiënter én betaalbaarder voor gezinnen.”
U stelt dat de Noordzee daarin een sleutelrol kan spelen.
(KS): “Als we het goed aanpakken, wordt de Noordzee een goedkope, stabiele energiebron voor heel Noordwest-Europa. De betrokken landen mikken op 300 gigawatt offshore wind tegen 2050, vergelijkbaar met 300 kerncentrales. Die stroom kan alles aandrijven: industrie, mobiliteit, verwarming en de productie van groene waterstof. Het is dé motor van een duurzame, regionale economie. Technologisch staan we klaar. Het probleem is bestuurlijk: de energie moet ook aan land geraken. Dat vraagt investeringen in infrastructuur zoals Ventilus en het energie-eiland. En vooral: visie, snelheid en betrouwbaarheid van de overheid. Niet de chaos die we bij de zonnepanelensubsidies zagen. Offshore wind en zonne-energie zijn nu al de goedkoopste stroombronnen. Met voldoende schaal wordt die stroom spotgoedkoop én stabiel, zeker als we overschotten lokaal kunnen opslaan in batterijen of omzetten in waterstof op zee. Dat vergroot de systeemzekerheid én economische veerkracht. Maar dan moeten we durven doorzetten. Wat we bouwen in de Noordzee, is geen bijzaak: het wordt de ruggengraat van de circulaire economie van morgen. En we hebben de unieke kans om dat hier, in en rond de Noordzee, waar te maken.”
We evolueren van een bevolkingspiramide naar een zuil, met minder jongeren en meer ouderen. U noemt dat geen probleem maar een zegen. Waarom?
(KS): “Vergrijzing en ontgroening worden vaak als een crisis voorgesteld, maar ze zijn juist de logische uitkomst van vooruitgang. Als je een bevolking op vreedzame manier wil stabiliseren, moet je minder kinderen krijgen en langer leven. En precies dat gebeurt nu wereldwijd: mensen leven gezonder en kiezen bewust voor minder, vaak beter opgeleide kinderen. Die demografische shift brengt voordelen: minder bevolkingsdruk, meer vrede (wie stuurt zijn schaarse jongeren nog naar het front?), een structureel tekort aan arbeidskrachten wat werknemers meer onderhandelingsmacht en hogere lonen oplevert. Ook de arbeidsmarkt wordt inclusiever en innovatiever. Natuurlijk vraagt dit aanpassingen. Onze zorg- en pensioensystemen zijn nog gebaseerd op een piramide, terwijl we nu in een zuil leven. Herverdeling van jong naar oud werkt niet meer als de basis krimpt. We moeten dus overschakelen op kapitalisatie: meer zelf sparen, meer via groepsverzekeringen. Het is onvermijdelijk én positief. Jongeren krijgen meer invloed, bedrijven moeten harder hun best doen om talent aan te trekken en te behouden. Dat is de wereld die voor ons ligt.”
Hoe maken we langer werken haalbaar én eerlijk?
(KS): “Het is onvermijdelijk dat we langer zullen werken, tot 67 of zelfs 70 jaar. Maar dat betekent niet dat we tot die leeftijd hetzelfde werk moeten blijven doen. loopbanen moeten flexibeler worden. Met bijvoorbeeld lichtere functies of horizontale overstappen voor oudere werknemers, met minder stress en verantwoordelijkheid. Op latere leeftijd heb je vaak minder financiële druk. Dan mag ook je loon dalen, als je maar gezond en gemotiveerd blijft. Het systeem waarin lonen stijgen met anciënniteit is achterhaald. Dat drijft kosten op, zonder altijd meerwaarde te bieden. Andere landen stappen er al van af. Mensen zijn natuurlijk bang voor achteruitgang, en dat is begrijpelijk. Maar zonder hervormingen en een eerlijkere verdeling tussen jong en oud zal het pensioensysteem niet houdbaar zijn. We moeten nu rationeel blijven, elkaar vasthouden en samen zoeken naar oplossingen. In plaats van te schelden en kwaad te blijven, moeten we samenwerken. Voor onze eigen kinderen. Zo maken we de toekomst beter voor iedereen.
Wat te onthouden
Volgens econoom Koen Schoors zitten we op een historisch kantelpunt. Globalisering maakt plaats voor regionalisering, aangedreven door ecologische noodzaak, geopolitieke onzekerheid en de opkomst van de circulaire economie. Vergrijzing? Geen crisis, maar een kans: minder bevolkingsdruk, meer onderhandelingsmacht voor werknemers. De boodschap van Schoors is helder: dit wordt geen ondergang, maar een doorbraak, als we het samen goed aanpakken.
Steven Bakker
Meer bedrijfsbeheer
-
-
-
Bedrijfsbeheer
Kmo's zijn essentieel voor het Vlaamse economische weefsel
-
-
Bedrijfsbeheer
KMO’s en overheidsopdrachten
Experts in bedrijfsbeheer
-
Ezra Philipse Dirrector
-
andries Vaneycken Zaakvoerder
-
Wesley Reestman professionele schilder
-
Ina De Becker oprichter Nexus Pursuit
-
Robert Hoberger Bestuurder
Bedrijven in bedrijfsbeheer
-
Agentschap Innoveren & Ondernemen
Uw aanspreekpunt bij de Vlaamse overheid Wilt u meer weten over subsidies en regelgeving? Wilt u...
-
Flexvia
Dialoog is de sleutel tot succesvol samenwerken Ingrid Larik van Flexvia is ervan overtuigd...
-
Flanders Investment and Trade
Advies over export vanuit Vlaanderen naar het buitenland Flanders Investment & Trade adviseert en...
-
-
-
Uniglobe Travel
Eigentijdse zakenreizen op maat van de kmo 08u35. Je staat bij de incheckbalie in de...
-
Rise your Power
Rise your Power: leiderschap begint vanuit oprechte connectie Rise Your Power is een high-level...
-
Ilse Jaques
High-performance coaching "If your dreams don’t scare you, they are not big enough." ...
-
-
-
NMBS Internationaal
NMBS Internationaal, onderdeel van NMBS, verkoopt internationale treintickets (Thalys, Eurostar, TGV, ICE) aan...
-
TWS Projects
TWS Projects brengt bedrijven en ondernemers samen om sociale projecten en goede doelen in Vlaanderen te realiseren....

