Alle sectoren gelijk voor de wet?

HR

Kris Peeters’ plan ‘Werkbaar Wendbaar Werk’ wordt uitgewerkt in aparte wetsontwerpen. Eén van de wetsontwerpen die nu op tafel liggen, gaat over de flexibilisering van de arbeidsweek.

Flexibiliteit moet van twee kanten komen

Op jaarbasis moet een werknemer momenteel gemiddeld 38 uur per week werken. Op dit moment houdt de wetgeving echter geen rekening met pieken en dalen. Tijdens drukkere periodes raken werknemers overwerkt, wanneer ze bijvoorbeeld een week van 45 uren moeten kloppen. Op andere tijdstippen bestaat het risico dat werknemers overbetaald worden, aangezien een week met minder werklast vergoed wordt op basis van 38 uren en niet op basis van de geleverde prestaties. Binnen de huidige reglementering kan reeds afgeweken worden van de strikte 38-urenweek. Hiervoor zijn vaak tijdverslindende onderhandelingen tussen werkgevers en vakbonden nodig.

Het perspectief van werknemers

De hamvraag is nu: staan werknemers hiervoor open? Uit het onderzoek van Acerta bij 2000 werknemers blijkt dat maar liefst 76% van de respondenten gebruik willen maken van de mogelijkheid gedurende bepaalde periodes van de loopbaan meer te werken om deze extra uren later in hun loopbaan op te nemen. De Belg staat er verder ook voor open om te onderhandelen over de hoeveelheid uren die hij werkt: 51% van de respondenten wil meer uren te werken als zij daarvoor het normale loon uitbetaald krijgen. Deze moet voor hen dus niet betaald worden met een overloontoeslag. De wil is er dus wel!

In zijn wetsvoorstel ijvert Peeters voor de flexibele werkweek, waardoor weken van 45 uur en 32 uur in de toekomst geen probleem meer mogen vormen, zolang er aan de gemiddelde 38-uren week op jaarbasis wordt voldaan. Eén ding staat vast: een wetgevend kader zal zeker de competitiviteit van onze werkgevers ten goede komen en transparantie creëren voor werknemers.

Stel een vraag
aan een specialist

Heeft u vragen? Wij helpen u graag verder.

Wilt u meer weten?