De bemiddelingswet

Wetgeving

Dat partijen een geschil via verzoening/bemiddeling kunnen beslechten, maakt al jaren deel uit van onze wetgeving. De wet van 18 juni 2018 – grotendeels van kracht sedert 12 juli 2018 – brengt enkele wijzigingen en aanvullingen aan om partijen er nog meer toe aan te zetten tot een alternatieve geschillenbeslechting over te gaan. 

De rechter heeft niet alleen een informatieve/bevragende taak, maar kan op vraag van één van de partijen of ambthalve, de zaak verdagen om partijen in de gelegenheid te stellen na te gaan of een verzoening mogelijk is.

Meer nog, de rechter kan in elke stand van het geding op verzoek van één van de partijen of ambtshalve, een bemiddeling bevelen (tenzij alle partijen er zich tegen verzetten). Hij kan bijgevolg de partijen verplichten de bemiddeling alle kansen te geven, zonder hen evenwel te dwingen tot een akkoord te komen. De wet schrijft verder de modaliteiten voor m.b.t. de aanduiding van een (erkend) bemiddelaar.

Op gezamenlijk verzoek van partijen kan de rechter ook ‘collaboratieve onderhandelingen’ bevelen. Deze techniek van onderhandelen is geheel nieuw in onze wetgeving en bestaat er in dat partijen – daartoe erkende – advocaten aanduiden, die op hun beurt trachten tot een oplossing te komen. Indien deze advocaten hierin niet slagen, dienen zij (en het kantoor waar ze deel van uitmaken) zich terug te trekken en kan de gerechtelijke procedure haar gang gaan (met andere advocaten).

Het is de wetgever er duidelijk om te doen partijen er toe aan te zetten op een ‘alternatieve’ manier hun geschillen te beslechten. Een onderhandelde/bemiddelde oplossing zal er toe bijdragen dat partijen naderhand gemakkelijker de draad terug oppikken en hun samenwerking verder zetten. Laat ons hopen dat onwillige partijen dit niet misbruiken om procedures die ingeleid werden bij de rechtbank, alzo te rekken.

Stel een vraag
aan een specialist

Heeft u vragen? Wij helpen u graag verder.

Wilt u meer weten?

logo Ponet & LVP advocaten

Ponet & LVP advocaten